Historiek "Vansteelant"

t, d of dt?StreylandWapenschildFeel'n alias Felix4 generaties fotografie |

Hieronder hebt u heel wat leesvoer betreffende het ontstaan en de evolutie van de familie "Vansteelant". Veel leesgenot ...

Vansteelant met "d" of "dt" ???

bijlage Vansteelant met t, d of dt? (31,6Kb)  
 

t, d of dt?StreylandWapenschildFeel'n alias Felix4 generaties fotografie |

“Vanst... In twee woorden ? ... dt ? ...”

Hoe dikwijls hebben we dàt al gehoord. Onze naam wordt inderdaad in een zeer groot aantal varianten geschreven. En niemand die kan zeggen hoe het nu eigenlijk moet? ... Wees gerust, het ‘moet’ helemaal niet! De d, de t of de dt, of de steen of de stee doen er echt niet toe, want ze zijn niets anders dan grillen of onnauwkeurigheden van plaatselijke ambtenaren van weleer.
En over die van mag je ook niet vallen ... Er bestaat wel ergens een doopregister waarin duidelijk over Steelant gesproken wordt. In de huwelijksakte heet die persoon dan Van Steenland, en op het bidprentje vind je Vansteelantdt staan (of zoiets). Overigens werden naamgenoten van enige sociale of politieke betekenis in vorige eeuwen niet zelden (à la française) ‘de Steelan(d)t’ genoemd ...
Het kan dus ongeveer zo: (de/{v/V}an){-s/S}tee(n)lan{(d)/(t)} ...
Besluit: Vandaag moet een naam administratief absoluut in orde zijn (denk maar aan getuigschriften, diploma’s), maar vroeger nam men het niet zo nauw. In feite heeft dat niets te zien met de kern van de zaak, namelijk dat we allemaal van dezelfde voorouders afstammen, dat we allemaal familie zijn.

Streyland

bijlage Ridsart Streyland (35,2Kb)  
 

t, d of dt?StreylandWapenschildFeel'n alias Felix4 generaties fotografie |

Dat onze familienaam een van de oudste van Vlaanderen is, zal wellicht velen verbazen.

Rond het midden van de tiende eeuw gaat Ridsart STREYLAND, afkomstig uit Engeland, zich in Walcheren vestigen.
Hij biedt Arnulf II, graaf van Vlaanderen, zijn diensten aan. Na zijn overwinning in een gevecht ter verdediging van een jonkvrouw, verlangt Richard als beloning het wapen van de edele dame in zijn schild te mogen voeren: het huidige wapen “van Steelant”.
Uit de naam Streyland groeide immers het ons bekende Steelant. “groeide” is veel gezegd: Ofwel was Steelant een opzettelijke vervlaamsing, ofwel vond men in de omgang de uitspraak (en schrijfwijze) gemakkelijker. In elk geval heeft STEELANT op zich geen etymologische betekenis. STREY kan een andere vorm zijn van STRAY, etym. “get seperated from proper place”. Een zwerveling dus, maar ook “het recht het vee te laten grazen op gemeentegrond”. STREYLAND zou derhalve kunnen betekenen:”de grond met weiderecht”, bij ons (met een in het Nederlands niet aanvaard woord) HET VRIJGEWEIDE genoemd.

Reeds voor 1300 waren leden van de familie door huwelijk verwant met de Graaf van Vlaanderen. Doorheen de Middeleeuwse geschiedenis worden zij in het geval in Brugge (St.-Walburgakerk), Eernegem, Zwevezele, Waasmunster en vele andere plaatsen. Hun aanwezigheid te Loppem was zo belangrijk, dat hun wapen (verrijkt met drie gouden sterren boven de dwarsbalk) door de gemeente zelf werd aangenomen.

Met veel adellijke families van het oude Vlaanderen waren zij verwant, of nauw verbonden; onder andere met de Adornes in Brugge.
Onze naam wordt ook nog opgemerkt in Gruuthuyse op de lijst van de Gilde der Edelsmeden (Franciscus Van Steelant) en eveneens als hoofdman (Ignace Van Steelant) van de Sint-Jorisgilde van de Edele Kruisboog te Brugge. Een niet onbelangrijke familie dus uit de Middeleeuwse oude Vlaamse adel die na de Franse Revolutie zal plaats maken voor de nieuwe, nu nog aanwezige Napoleontische adel ...
Vandaag de dag omvat de familie die de naam VAN STEELANT draagt, vele honderden leden, hoofdzakelijk over West-Vlaandere verspreid, maar ook (ver) daarbuiten.

Uit “Stamboek van de familie van Steelant” uitgegeven ter gelegenheid van de reünie van
27 oktober 1996 te Zedelgem


t, d of dt?StreylandWapenschildFeel'n alias Felix4 generaties fotografie |

| naar boven |


 

Wapenschild

bijlage wapenschild familie Vansteelant (54,0Kb)  
wapenschildvstloppem.jpg
Wapenschild familie Vansteelant - Wapenschild Loppem

Volgens het standaardwerk over Vlaamse wapenschilden, het ‘Recueil héraldique des familles de Flandre’, voerde de familie STREYLAND in de tiende eeuw het volgende familiewapen: “een veld van zilver met drie bokkenkoppen van sabel, met hoorns en bakkebaarden van goud.”

(De heraldische kleuren waarover hier gesproken wordt, zijn: keel=rood, zilver of zilver=wit, sabel=zwart, goud=geel, lazuur=blauw.)

De drager ervan is bekend onder de naam Richard (Ridsart) Streyland, van Engelse afkomst, die zich in het land van Walcheren in Zeeland kwam vestigen. Hij begeleidde Arnulf II, graaf van Vlaanderen, op diens toch naar Lombardije. Gedurende zijn verblijf aldaar nam Ridsart er de verdediging op zich van een valselijk beschuldigde jonkvrouw. Hij velde en doodde de belediger. Voor deze daad die hij op levensgevaar had uitgevoerd, werd Ridsart door Berengarius (Berengarius II, koning van Italië, †6/8/966 Bamberg. Hij was markgraaf van Ivrea en werd in 950 koning. Hij moest zijn herhaaldelijke weerspannigheid jegens de Duitse keizer Otto I tenslotte bekopen met gevangenzetting in Duitsland.) ruim beloond. Hij werd tot ridder geslagen. De jonkvrouw wilde haar bevrijder met geschenken bedanken, maar Ridsart verlangde alleen de herinnering te mogen vereeuwigen. Hij vroeg haar dat hij en zijn nageslacht haar wapenschild mochten voeren. Zijn verzoek werd toegestaan en officieel geregistreerd. Van het wapenschild was “het veld van keel met een dwarsbalk van zilver, getralied van lazuur.” Ter verwijzing naar zijn eigen familiewapen voegde Richard er een bokkenkop van sabel, met hoorns en baard van goud, aan toe.

Na zijn terugkeer in Zeeland trouwde hij met een dochter van het huis BORSSELE. Eén van hun achterkleinkinderen (9e of 10e generatie?) – de eerst bekende in het Brugse – was FILIPS VAN STEELANT, HEER VAN LOPPEM. Hij was getrouwd met dame Margaretha van Baenst, Hij overleed in 1270. Zijn wapen was “van keel, met dwarsbalk van zilver, getralied van lazuur, vergezeld in het schildhoofd van drie sterren van goud.”
De oudst bekende baljuw van Assenede was in 1241 een zekere HUGO, getrouwd met Eglina, enige dochter van de kasteelheer van Gent. Hun zoon JAN, HEER VAN STEELANT, trouwde met Isabella van Béthune, zuster van de graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre. Na de dood van haar man hertrouwde Isabella met HUGO VAN ANTOIGN, maarschalk van Vlaanderen.
De zoon van Jan en Isabella, JAN VAN STEELANT (zoals zijn vader), ridder heer van Huise, trouwde met Geraldine van Gistel, dame van Hansbeke. Uit dat huwelijk werd WILLEM VAN STEELANT geboren, heer van Wachtebeke, “BLOCK” genaamd. Hij nam op 11 juli 1302 deel aan de Guldensporenslag in Kortrijk. Hij werd door Robrecht van Vlaanderen tot ridder geslagen en kreeg het wapen van de stad Kortrijk toegewezen: “een veld van zilver met een keper van keel en met een uitgeschulpte zoom van keel.” Korte tijd nadien werd hij benoemd tot grootbaljuw van de stad Ieper en hij trouwde met ene Sersanders.
De laatste van het huis ANTOIGN – IGNACE VAN STEELANT, heer van Gaasbeek – trouwde met Marianne Trappeniers, dame de Wallant; zij overleed op 2 augustus 1726.

t, d of dt?StreylandWapenschildFeel'n alias Felix4 generaties fotografie |

| naar boven |


 

Feel'n alias Felix

bijlage Felix Vansteelant (257,2Kb)  
felix&alida02.jpg

Verteld door Marc Van Steelant, een kleinzoon van Felix

FELIX was de tweede zoon van Jan en Anna. Uit zijn jeugdperiode is weinig bekend tenzij dat hij, samen met vader Jan en broer Aloïs, het ooit opnam voor een weduwe waar het elke avond “spookte” rond haar ‘postje’. In feite waren de spoken enkele buren die haar wilden wegpesten om zo het postje te kunnen overnemen. Vader Jan en zijn twee zoons lieten in het woord lopen dat ze elke nacht met de tweeloop waakten, en de spoken bleven weg ! ...

Op 27-jarige leeftijd kwam Felix vrijen op “De Leeuw” met Prudentia Danneel (afkomstig uit Lampernisse). De jonge gasten van De Leeuw vroegen smalend: “Steelant, hoeveel tijd heb je nodig om naar de Bergen terug te lopen?” Maar Felix liet zich niet intimideren en hij trouwde met Prudentia. Ze hadden zeven kinderen, waarvan er drie op jonge leeftijd gestorven zijn.

Begin 1895 kwam Felix naar Zedelgem-dorp wonen (in het oud huis van tante Walburga) waar zijn vrouw op 39-jarige leeftijd overleed. Felix werd weduwnaar met vier kinderen: Walburga 12 jaar, Eligius 11, Jan 8 en Marcel 9 maand. Hij hertrouwde met Alida Steenkiste uit Zedelgem en uit dit huwelijk werden nog eens elf kinderen geboren, waarvan er vijf op jonge leeftijd overleden. Zo bleven over: Bertha, Jooris, Irma, Georgina, Luciaan en Leopold.

Van beroep was Felix timmerman, maar hij was wel heel veelzijdig. Hij was een metaalbewerker, juwelier-uurwerkmaker en later ook fotograaf. Hij had een natuurlijk talent als beeldhouwer. Samen met zijn zoons zette hij in Zedelgem (in het huis van Van Den Bussche, een vroegere bakkerij en boerderij) een fietsenhandel op. Toen hij als eerste in Zedelgem een fiets had vervaardigd kwam “Petje Claeys” van De Leeuw kijken: “Felix, ‘k heb gehoord dat je een velo hebt gemaakt. Ik zou die wel eens willen zien, want ik ga er ook een maken!” (En hij heeft er meer dan één gemaakt ...)
Niet alleen fietsen maar ook naaimachines, landbouwwerktuigen, uurwerken en juwelen en later ook foto’s deden de zaak bloeien. Felix was zelfs een tijd vertegenwoordiger en handelsreiziger (per fiets en met de tram) voor de firma “Grégoire”, de tegenhanger van Leon Claeys. De uurwerken- en juwelenhandel werd later overgenomen door Marcel (in een eigen zaak) en thuis voortgezet door Luciaan. Jan vestigde zich ook te Zedelgem als fietsenmaker en later als handelaar in naaimachines. Het gebeurde wel eens dat Felix ’s avonds met juwelen weg moest naar een of andere koper ten uitkante. Dan nam hij zijn zelfgemaakte degen-wandelstok mee; zo voelde hij zich veiliger!

felix02.jpg

Met zijn veelzijdig talent werd hij echter niet rijk. Toen Metje hem erop wees dat hij voor een bewezen dienst ten minste toch de prijs van een brood moest rekenen, antwoordde hij: “Och, Alida, ’t zijn ook maar mensen die zich hard moeten weren om er te komen.”

Felix was kunstminnend en als de beurs het toeliet, trok hij naar Frankrijk om antiek te kopen.

Fotografie, hoe ‘modern’ ook, werd weeral eens door Felix als eerste aangepakt. Later werd ze door zijn zoon Marcel overgenomen en ook, voor beperkte tijd, door Bertha. Nog steeds is in Zedelgem de naam Vansteelant met fotografie verbonden.

Petje Steelant was sociaalvoelend en door iedereen gewaardeerd voor zijn vele (gratis) diensten. Als kleine boer met twee koeien, een paar varkens en een vlaschaard kende hij de knepen van de stiel. Hij ging dikwijls bij andere boeren helpen als schapen moesten lammeren of als de varkens ziek waren. “Ga met de kordewagen in den bilk en doe hem vol met verse molshopen; smijt dat in het kot bij de zieke zwijns en ze zullen erdoor komen.” En ze kwamen erdoor!

Hij was een diepgelovig man en de zondagsplicht was geen ijdel woord. Maar ’s avonds mochten er dan bij Kamiel Hatses in de ‘Tramstatie’ juist geteld drie Rodenbachs van af, niet min, niet meer. Hij was lid van de kerkraad en in de kerk knapte hij allerlei karweitjes op (gratis, “ ’t Is voor een goed werk”). Tientallen keren werd de godslamp opnieuw gesoldeerd, en evenveel keer ook vervloekt toen ze weer brak. Toen pastoor Ronse hem eens vroeg een gat te maken in de koepel boven het altaar, kostte dit hem bijna het leven. Denkend dat die koepel zo’n 30 a 40 cm dik was, kwam Felix met zware hamer en extra lange gesmede beitel het gat kappen. Na twee of drie slagen was hij erdoor en realiseerde zich dat die koepel maar “een half steentje” dik was. Hij heeft er zich dan ook uiterst voorzichtig laten afglijden om niet ineens met hamer, beitel, koepel en al, twintig meter dieper te belanden voor het altaar. Wie zou zich dàn over zijn talrijke kroost hebben ontfermd?

Maar toch was hij naast een godvrezend, diepgelovig en eerlijk man ook een beetje deugniet. Na de eerste wereldoorlog lagen Duitse en geallieerde wapens overal nog voor het rapen. Veel oorlogsgeweren waren in handen gekomen van mensen die het niet zo nauw namen met de wet en zich aan het “pensejagen” begaven. De spiralen in de loop van zo een geweer moesten echter worden uitgeboord om de loop glad te maken voor de hagel. Daarvoor was slechts één adres bekend, gemeenten ver in het ronde: Feel’n Steelant. ’s Avonds na het avondeten, in de gezegende tijd zonder radio of TV, werd met een speciaal daartoe vervaardigd boor het monnikenwerk aangevat; het “sjiekesap” drupte van de pijpensteel op de boorstang en smeerde zo het boor dat de loop inwendig spiegelglad maakte. “Och, ’t is ook maar voor mensen die een konijntje schieten van mijnheer de baron, om hun kinderen wat vlees te geven!”.

Ook dit werd hem bijna noodlottig. Bij het opvullen van ‘pinnekardoezen’ liet hij eens een kardoes vallen, juist op het pinnetje dat de ontsteker doet ontbranden. Het brandend kruit spatte in het rond en deed een doos buskruit ontvlammen. Een ogenblik later stond heel de achterkeuken in vuur en rook. Felix kreeg een stuk brandend kruit op zijn voorhoofd en hield er voor de rest van zijn leven een litteken aan over. In een paar sprongen stond hij in de keuken, met rook en vuur achter zich: “Jongens, de fabrieken van Corvilain staan in brand!” (Corvilain= buskruitfabriek in Frankrijk).

Heel wat plezante anekdotes heb ik overgenomen van mijn vader en mijn ooms. Zij schetsen Petjes’ zin voor humor, zijn kleine kantjes, en ook zijn plichtsgevoel en rechtvaardigheidszin.

Er was eens een mooie kat op het hof, een beetje de lieveling van Felix en er ook altijd omtrent. Opeens bleef de kat dagenlang weg en men dacht dat ze dood was. Toen ze geruime tijd later weer opdaagde zonder staart, was de vraag: “Hoe is dat gebeurd?”. Toen Petje op een avond aan de voordeur zijn pijp stond te roken, met de kat naast zich, hoorde hij het fluitsignaal van de stoomtram die van de Heirweg naar het dorp kwam gereden. De kat spitste haar oren en was vierklauwens weg door het huis, en ze bleef weer geruime tijd weg. “Nu weet ik hoe ze haar staart is kwijtgerakt;” zei Felix, “onder de stoomtram.”

In de eerste wereldoorlog was het huis met stallingen, schuur en alles, grotendeels ingenomen door Duitsers die de bevolking niet echt vijandig gezind waren. Om op de kamers en de bureaus in het dorp wat licht te hebben, hadden ze een generator geplaatst die met 2 draden en isolatiepotjes een eenvoudig netwerk van stroom voorzag. Die draden passeerden voorbij de “horlogekamer” waar Petje ’s avonds bij het licht van de petroleumlamp uurwerken repareerde. De bekoring was te groot. Voor het venster werd de isolatie weggesneden en met 2 draden, voorzien van knijpers, werd stroom afgesnoept naar een klein elektrisch lampje op de kamer. De Duitsers zijn er nooit achter gekomen ...

Ook het graan dat de mensen bij de Duitse overheid moesten inleveren, werd zoveel mogelijk achtergehouden. Felix verstopte dit graan bij “Pietje van de Rolder, op de zolder”. Dit was in een niet-gebruikte schouw waarvan het gat juist groot genoeg was om Marcel door te laten kruipen en de zakjes te stapelen in de ruimte erachter. Toen deze operatie volop aan de gang was, hoorde Petje soldaten naar boven komen. “Marcelten, houd je stille, de Duitschers zijn daar !” In de weinig seconden die hem bleven, snakte hij een stuk behangselpapier en de ‘stiefpap’ (alles was klaargezet voor het geval dat ...!) en hij plakte het gat dicht. Gelukkig bleven de soldaten niet al te lang, of Marcel zat er nu nog.

Dat het hof soms volliep met Duitse soldaten en (Russische) krijgsgevangenen was geen uitzondering. Op een keer waren Duitsers van het front teruggekeerd, doodvermoeid? Uitgehongerd en het moreel op nul. Petje had compassie met die jongens en hij begon een ketel patatten voor hen te koken. Toen een Russische krijgsgevangene dit rook, kwam hij enkele aardappelen schooien. Petje gaf ze hem. Wilhelm, een gevreesde Feldgendarm in Zedelgem, had het gezien en maakte nogal misbaar tegen Felix. De reactie bleef niet uit: “Wilhelm, ben je niet beschaamd? Dit zijn toch ook mensen die den oorlog niet gevraagd hebben, zoals jullie. Trouwens, jullie zijn mijn vijanden en ik doe patatten gereed voor jullie, omdat jullie ook mensen zijn ...”. Wilhelm schrok en ging weg. En later kwam hij terug: “Vater, ich hab’ das nicht so gemeint. Nicht bös’ sein !”.

Op het einde van zijn leven kreeg Felix af en toe een kleine beroerte. “Petje heeft weer een ‘draaitje’ gekregen.” Toen mijn vader Marcel met mijn zus Jacqueline, nog een klein meisje, hem gingen bezoeken, zat hij wat sukkelachtig in zijn zetel. Toen maakte de kleine Jacqueline een leuke opmerking: “Wel wel, ’t wil haast geen Petje niet meer zijn, hé !”. Petje lachte zich een ongeluk.

Als je nu nog aan oude mensen die hem hebben gekend, de vraag stelt: “Heb jij Petje Steelant gekend?”, klaart hun gezicht op. “Dat was een goe ventje, die van alles kon, en de Steelants zijn allemale zo !”.

Verteld door Marc Van Steelant, een kleinzoon van Felix


t, d of dt?StreylandWapenschildFeel'n alias Felix4 generaties fotografie |

| naar boven |


 

Vier generaties fotografen Vansteelant

Fotografie te Zedelgem
De familie VANSTEELANT

Door Géry Cappon

Als we stad Brugge buiten beschouwing laten, kunnen we gerust stellen dat Zedelgem de eerste gemeente in onze streek was waar de plaatselijke bevolking kon beroep doen op een fotograaf uit eigen dorp.

Vier opeenvolgende generaties VANSTEELANT hebben de fotografie in hun vaandel gedragen: eerst Felix, dan zoon Marcel dan kleindochter Jacqueline en achterkleinzoon Kurt.

Felix Vansteelant werd geboren in Ruddervoorde en huwde in Zedelgem op 10 januari 1890 met Prudentia Danneel. Zij hadden vijf kinderen. In nieuwjaarsmaand 1904 stierf Prudentia Danneel en al in mei van hetzelfde jaar hertrouwde Felix met Alida Steenkiste. Aanvankelijk woonde Felix en zijn gezin op het dorp te Zedelgem in het huis gelegen tussen de herberg “De Vrede” (waar Richard Degrande-Tillman woonde) en de verdwenen hoeve naast de beek: Vandewalles hofstede.

In die tijd hadden veel mensen meerdere beroepen. Zo ook Felix Vansteelant. Hij verkocht en herstelde uurwerken, verkocht juwelen. Felix was ook gekend om zijn creatieve ideeën die hij omtoverde in kunst- en vliegwerk. Zo vroeg er eens een zekere Claeys of hij eens een kijkje mocht nemen van Felix’s nieuwe fiets die hij in elkaar geknutseld had. Enkele jaren later verrees een fietsenfabriek op St.-Elooi uit de grond. Om voldoende te voorzien in de mondkost van het gezin kweekte hij nog een koe en een varken en hij teelde ook groenten. Belangrijk en vermeldenswaardig is dat Felix ook de Zedelgemse fotograaf werd. In hoofdzaak bruidsparen waren het die beroep deden op fotograaf Felix Vansteelant. De gewoonte bestond erin, in de meeste gevallen, groepsfoto’s te nemen van de pasgehuwden en hun familieleden, maar dan wel thuis gedurende de feestelijkheden.

Gedurende WO I is Felix en zijn gezin verhuisd naar een grotere en mooiere woning in de huidige Groenestraat. Een woning, die architecturaal bewondering verdiende, maar die inmiddels plaats heeft moeten ruimen voor de kantoren van Dexia. Hierbij vindt u een foto van die verdwenen woning met haar typische vensters en symmetrisch uitzicht. Het meest rechtse raam – het enige trouwens dat als uitstalraam dienst deed – bevestig dat Felix Vansteelant uurwerken en juwelen verkocht.

Marcel Vansteelant, geboren in 1903 en de jongste telg uit het eerste huwelijk, was vrijgesteld van militaire dienst en kon blijkbaar het beroep van zijn dromen als postbode niet verwezenlijken. Dan liep hij maar in de voetsporen van vader Felix, wat de fotografie betreft. Marcel heeft zijn beroep geleerd, niet op de schoolbanken, maar wel bij een fotograaf in Sint-Amandsberg bij Gent in 1923. Zijn opleiding tot volwaardig vakman rondde Marcel af in een tijdspanne van nauwelijks zes maand. Zijn fotograaf-leermeester Geirlandt uit Gent was ongehuwd en “fin de carrière”. Een enorm pluspunt voor een jonge startende fotograaf, die op die wijze zijn eerste materialen bij zijn leermeester kon aankopen, zoals een fotoapparaat, achtergronden en dergelijke meer.

Investeringen bleven niet uit. In het ouderlijke huis werd een daglichtstudio ingericht. Zo’n studio kan je best vergelijken met een serre, waarbij de binnenkant van het glas werd wit geschilderd om het teveel aan zonlicht te weren gedurende de opnamen. De belichtingstijd bedroeg ongeveer één seconde en er werd afgedrukt met een “rubberen peer”. In de kelder van vader Felix werd de “camera obscura” of donkere kamer geïnstalleerd. In die tijd was het fotopapier van lage gevoeligheid, waardoor de tijd nodig voor het afdrukken van negatieven gemakkelijk opliep van 10 tot 30 minuten! In ieder geval, onvergelijkbaar met de huidige massaproduktie en zeker nu met het digitale tijdperk. Te meer omdat fotografen, waaronder uiteraard ook Marcel Vansteelant, bekend stonden voor hun bijwerkingen of zeg maar de “retouches”. Sproetjes en rimpels op de aangezichten werden oordeelkundig weggewerkt met behulp van een “retoucheapparaat” bestaande uit een spiegel en een vergrootglas; kalende mannenhoofden werden bijgehaard; een das voor de mannen werd toegevoegd ...

In die vooroorlogse periode was portretfotografie geliefd bij de bevolking. Naast de klassieke plechtige-communiefoto’s en trouwfoto’s kwamen veel jonge meisjes poseren ter gelegenheid van de aankoop van een nieuw kleedje.

De afdruktechniek van de negatieven gebeurde in die tijd met de “contactafdrukmethode”. De werkwijze bestond erin de fotogevoelige kant van het afdrukpapier tegen het glazen negatief aan te drukken en samen te brengen in een cassette. Van op ongeveer 40 cm afstand werd in de donkere kamer het fotopapier belicht met behulp van een elektrische lamp.

Marcel Vansteelant huwde in 1928 te Zedelgem met Magdalena Vanthournout. Bij hun huwelijk ging de jonge bekwame fotograaf zich vestigen in de huidige Berkenhagestraat, naast de bouwmaterialen Deketelaere. De woning diende uiteraard aangepast te worden, zodat Marcel wolwaardig zijn beroep kon uitoefenen. Vooreerst de inrichting van een studio op de zolderverdieping, eveneens een daglichtstudio. Daartoe waren lichtdoorlatende pannen vereist, die naar het noorden moesten gericht worden; maar daarnaast werden gordijnen geplaatst om overdreven lichtinval te kunnen beperken en speciale fotografische effecten te creëren. De donkere kamer van Marcel was op de eerste verdieping geïnstalleerd, zodat voortdurend op en neer lopen van de studio naar de donkere kamer langs de trap een gewongen noodzaak was. Je moet echter bedenken dat toen nog uitsluitend gewerkt werd met glazen platen als negatieven in plaats van de huidige films. Die glazen platen waren in diverse afmetingen verkrijgbaar (vooral 6 x 9, 9 x 14, 18 x 24) en kon slechts foto per foto genomen worden!

In het begin van de dertiger jaren brak op de plechtige communie zo’n hevig onweer los, zodat de lange rij wachtende kinderen naar huis moesten gestuurd worden, omdat de ingetreden duisternis het fotograferen onmogelijk maakte ...

In 1936 verhuisde het gezin Marcel Vansteelant-Vanthournout, rechtover de kerk, later bewoond door zijn dochter Walburga, intussen gezegend met twee kinderen, naar zijn definitieve woonplaats: de huidige Groenestraat 65. Marcel Vansteelant investeerde daar in een nieuwe studio, die in het vakjargon een “cabine” werd genoemd. Het principe van dergelijke “cabine” bestond erin dat drie aaneengeschakelde potjes voorzien werden met fijn magnesiumpoeder spectaculair met een grote helderheid tot gevolg, gepaard gaande met het typisch sissend geluid van brandende magnesium. Het gebruik  van die studio was van korte duur: nauwelijks vier jaar. Vooral kleinere kinderen schrokken bij dit soort studiowerk en opnames overdoen was meestal onbegonnen werk door de angst van de kinderen ...
Gedurende de laatste decennia biedt de bruidgom aan de bruid een bruidsboeket aan. Het is niet altijd zo geweest ... Marcel depanneerde toen de bruidegom met zijn eigen studioboeket, dat gemaakt was uit was en rijkelijk versierd, tot groot genoegen van het bruispaar!

Intussen belanden we bij het uitbreken van WO II. In 1941 werd zijn zoon Marc geboren. Marcel Vansteelant had in die periode heel wat – zij het tijdelijke – nieuwe klanten over de vloer. Ze kwamen uit militaire kringen. Gedurende de oorlog hadden de Duitse soldaten een flink aandeel in het klantenbestand van fotograaf Marcel Vansteelant. Niet alleen Duitsers, maar tal van mensen van diverse nationaliteiten kwamen er voor portretfotografie en dit vooral gedurende de mobilisatie.

Precies in die periode heeft Marcel zijn “cabine” afgevoerd en vervangen door reflectoren. De verlichting van de studio steunde op het principe van teruggekaatst licht afkomstig van een gloeilamp. De installatie van Marcel bevatte vier dergelijke reflectoren: drie vaste, geplaatst aan het studioplafond en een vierde op de grond, verplaatsbaar. Elke reflector bevatte een gloeilamp met een vermogen van 500 watt. In feite zijn deze reflectoren de voorlopers van de huidige “paraplu’s” in de fotostudio’s in combinatie gebruikt met spots.

Reeds in WO II kende de fotografie de opkomst van films in plaats van de glazen plaat. Langzamerhand werd overgeschakeld naar filmmateriaal, zodat de glazen plaat uit de markt verdween.

Merkwaardig bij het vroegere studiowerk ten opzichte van onze hedendaagse tijd is eveneens de “achtergrond”. Vroeger waren deze achtergronden veel meer artistiek en levendiger. De achtergrond, gefabriceerd uit lijnwaad, waren beschilderd met vooral allerlei landschappen. Voor de fotograaf was dit een uiterst belangrijk element, dat integraal deel uitmaakte van de opname van de foto.

Tegenwoordig zijn alle chemische reagentia voor het ontwikkelen en het afdrukken van de film “kantklare oplossingen”. Marcel Vansteelant en ook zijn dochter Jacqueline hebben andere tijden gekend. De firma Gevaert, toen ook al toonaangevend, had een receptenboekje (zonder vermelding van het jaar van de uitgave) uitgegeven – ééntalig in het frans – voor de fotografen. Alle mogelijke recepten staan erin beschreven, met die verstande dat alle reagentia moesten aangemaakt worden door de fotograaf zelf.

De derde generatie fotografie Vansteelant bood zich aan via Jacqueline Vansteelant, de tweede dochter van Marcel. Zij heeft de overgangsperiode gekend naar de hoger technologische inbreng op het vlak van fotoapparaten, hulpmaterialen, zeer gevoelige films en gevoelig afdrukpapier e.d.m.

Vader Marcel Vansteelant heeft heel de evolutie van de fotografie meegemaakt. Stel maar de geschiedenis van de fotografie en dat in Zedelgem!

Ruim dertig jaar heeft Jacqueline Vansteelant de fotografie, - aangeleerd bij vader Marcel en aangevuld met gelegenheidscursussen, - met hart en ziel beoefend, net als haar vader.

Is er in 1991, na drie generaties fotografie Vansteelant te Zedelgem, het eindpunt aangebroken? Rebecca Baes, dochter van Jacqueline Vansteelant, heeft gekozen voor de binnenhuisarchitectuur. Dit was me duidelijk zichtbaar bij de aangename ontvangst bij Jacqueline en Jeannine in hun verbouwde woning, waar het moederne element harmonieus samengaat met de meer klassieke elementen.

Mijn dank aan de positieve en enthousiaste medewerking vanwege de zussen Vansteelant en Rebecca Baes, die het mogelijk maakte dit stukje geschiedenis van de Zedelgemse fotografie te schrijven.

Géry Cappon

Via onrechtstreekse weg wordt de vierde generatie “fotografie Vansteelant” verdergezet. Ik, Kurt Vansteelant zie het levenslicht als tweede zoon van Erick (kleinzoon van Felix) en Bernadette Vansteelant-Clicteur op 9 februari 1964. Wanneer ik nu terugblik op mijn jeugdherinneringen, is mij steeds volgend voorval bijgebleven. Op 10 jarige leeftijd mocht ik een handje toesteken bij de verhuis van onze groottante Irma Vansteelant van haar huis (Groenestraat Dexia) naar het
ouderlijk huis van mijn vader in de St.-Laurentiusstraat. Daar de “Vansteelants” nogal een familie was die moeilijk kon afscheid nemen van bepaalde zaken en de verzamelwoede soms grote proporties aannam, moesten er toch heel wat zaken in de “container” worden gegooid. En op die dag zijn er veel voorwerpen met grote sentimentele en Zedelgemse geschiedkundige waarde vernietigd. Hierbij herinner ik mij glashelder een heel lot ruitjes die buiten mooi op elkaar gestapeld lagen. Bedekt met een dik laag mos, waarschijnlijk afkomstig van een serre, waarop de grote hamer werd gezet. Tot ik dichterbij keek en zag dat dit allemaal glazen negatieven waren. Indiezelfde periode vond ik op zolder een kleine uitklapbare “accordeon” camera, waarmee ik mijn eerste opnames heb gemaakt.

Wat wij mij ook nog steeds is bijgebleven is het vele tekengekrabbel en geschets op alle lege en vrije hoekjes van onze cursussen tijdens de middelbare school. Hierbij probeerde is steeds logo’s van de bekende merken na te tekenen.

Met de verdiende centjes van enkele vakantiejobs schafte ik mij mijn eerste spiegelreflex, een Canon AE-1, aan.
In 1982, zonder medeweten van mijn ouders, schreef ik mij in voor de 4 jaar lopende opleiding van grafische vormgever in de toen nog publi-foto afdeling van St.-Lucas te Gent. Omdat ik geen vooropleiding had gevolgd in het kunstonderwijs, moest ik een toelatingsexamen afleggen. Vol goede moed tesamengeraapt met mijn eigen “kunstwerkjes” (van de lagere en middelbare school) en 1 filmrolletje die ik volgeschoten had, begaf ik mij naar de toelatingsproef. Bij aankomst zonk alle goede moed, bij het aanzien van de andere studenten die grote tekenmappen meezeulden met joekels van tekeningen naar levend model, in de schoenen. Heel beteuterd mijn klein mapje met dito tekeningetjes wegstoppend begon ik aan mijn eerste proef: nl. waarnemingstekenen van kubus met bol. Steeds komt mij het beeld voor de ogen wanneer ik mijn vader zie, één lijn op papier zettend. Die éne lijn zette hij door heen en weer schetsend op papier. Dus 1 lijn zag er uit als 4 à 5  fijne lijntjes heel dicht naast elkaar. Deze manier paste ik dan ook toe op de proef. Mijn “eerste lijn” stond nog niet volledig op papier of kreeg reeds een zware tik op de vingers met de opmerking: “Eerst kijken en dan éééén lijn neerzetten”. De moed zonk nog dieper en bereikte zijn dieptepunt bij het voorleggen van mijn “werkjes” aan een schare van toekomstige lesgevers, die in koor de kwaliteit van mijn tekeningen verticaal naar de prullenmand verwezen. Doch kwam enige glinstering in hun ogen bij het aanschouwen van de resultaten van het volgeschoten filmpje en gaven zij hun  onverwacht fiat om de geldverslindende cursus aan te vatten.

Vanuit fotografisch standpunt had deze richting weinig inhoud. De cursus bestond 75% uit grafisch publicitair tekenwerk en qua fotografie werd ons enkel de elementaire bagage meegegeven. Zonder haperingen in het leerproces en het vaderlijk land te hebben gediend, begaf ik mij in 1987 op de arbeidsmarkt, zoekend naar een vacature als grafisch vormgever. Vrijwel onmiddellijk mocht ik starten in een grafisch pre-press bureau. Dit bureau wou starten met fotografie, en vanaf mijn allereerste werkdag mocht ik potlood en papier vervangen door drukken op het knopje.

Er volgden vier jaren van ongelofelijke ervaring op het gebied van publicitair werk. Totdat het punt kwam van: dit wil ik alleen doen. In 1991 zette ik de “onbekende” stap, gesteund door Caroline mijn echtgenote, naar zelfstandige. Daar er die tijd enorme evolutie zat in de fotografische sector, wilden wij een zekerheid hebben en verhuisden wij naar de Groenestraat 45 om er een fotozaak te starten. In mei 1994 openden wij onze deuren.

t, d of dt?StreylandWapenschildFeel'n alias Felix4 generaties fotografie |

| naar boven |