4 generaties fotografie in Zedelgem

Fotografen-familie Vansteelant

FelixMarcelJacquelineKurt |


Door Géry Cappon

Als we stad Brugge buiten beschouwing laten, kunnen we gerust stellen dat Zedelgem de eerste gemeente in onze streek was waar de plaatselijke bevolking kon beroep doen op een fotograaf uit eigen dorp.

Vier opeenvolgende generaties VANSTEELANT hebben de fotografie in hun vaandel gedragen: eerst Felix, dan zoon Marcel dan kleindochter Jacqueline en achterkleinzoon Kurt.

 

Felix Vansteelant

FelixMarcelJacquelineKurt |

Felix Vansteelant werd geboren in Ruddervoorde en huwde in Zedelgem op 10 januari 1890 met Prudentia Danneel. Zij hadden vijf kinderen. In nieuwjaarsmaand 1904 stierf Prudentia Danneel en al in mei van hetzelfde jaar hertrouwde Felix met Alida Steenkiste. Aanvankelijk woonde Felix en zijn gezin op het dorp te Zedelgem in het huis gelegen tussen de herberg “De Vrede” (waar Richard Degrande-Tillman woonde) en de verdwenen hoeve naast de beek: Vandewalles hofstede.

In die tijd hadden veel mensen meerdere beroepen. Zo ook Felix Vansteelant. Hij verkocht en herstelde uurwerken, verkocht juwelen. Felix was ook gekend om zijn creatieve ideeën die hij omtoverde in kunst- en vliegwerk. Zo vroeg er eens een zekere Claeys of hij eens een kijkje mocht nemen van Felix’s nieuwe fiets die hij in elkaar geknutseld had. Enkele jaren later verrees een fietsenfabriek op St.-Elooi uit de grond. Om voldoende te voorzien in de mondkost van het gezin kweekte hij nog een koe en een varken en hij teelde ook groenten. Belangrijk en vermeldenswaardig is dat Felix ook de Zedelgemse fotograaf werd. In hoofdzaak bruidsparen waren het die beroep deden op fotograaf Felix Vansteelant. De gewoonte bestond erin, in de meeste gevallen, groepsfoto’s te nemen van de pasgehuwden en hun familieleden, maar dan wel thuis gedurende de feestelijkheden.

Gedurende WO I is Felix en zijn gezin verhuisd naar een grotere en mooiere woning in de huidige Groenestraat. Een woning, die architecturaal bewondering verdiende, maar die inmiddels plaats heeft moeten ruimen voor de kantoren van Dexia. Hierbij vindt u een foto van die verdwenen woning met haar typische vensters en symmetrisch uitzicht. Het meest rechtse raam – het enige trouwens dat als uitstalraam dienst deed – bevestig dat Felix Vansteelant uurwerken en juwelen verkocht.

 

Marcel Vansteelant

FelixMarcelJacquelineKurt |

Marcel Vansteelant, geboren in 1903 en de jongste telg uit het eerste huwelijk, was vrijgesteld van militaire dienst en kon blijkbaar het beroep van zijn dromen als postbode niet verwezenlijken. Dan liep hij maar in de voetsporen van vader Felix, wat de fotografie betreft. Marcel heeft zijn beroep geleerd, niet op de schoolbanken, maar wel bij een fotograaf in Sint-Amandsberg bij Gent in 1923. Zijn opleiding tot volwaardig vakman rondde Marcel af in een tijdspanne van nauwelijks zes maand. Zijn fotograaf-leermeester Geirlandt uit Gent was ongehuwd en “fin de carrière”. Een enorm pluspunt voor een jonge startende fotograaf, die op die wijze zijn eerste materialen bij zijn leermeester kon aankopen, zoals een fotoapparaat, achtergronden en dergelijke meer.

Investeringen bleven niet uit. In het ouderlijke huis werd een daglichtstudio ingericht. Zo’n studio kan je best vergelijken met een serre, waarbij de binnenkant van het glas werd wit geschilderd om het teveel aan zonlicht te weren gedurende de opnamen. De belichtingstijd bedroeg ongeveer één seconde en er werd afgedrukt met een “rubberen peer”. In de kelder van vader Felix werd de “camera obscura” of donkere kamer geïnstalleerd. In die tijd was het fotopapier van lage gevoeligheid, waardoor de tijd nodig voor het afdrukken van negatieven gemakkelijk opliep van 10 tot 30 minuten! In ieder geval, onvergelijkbaar met de huidige massaproduktie en zeker nu met het digitale tijdperk. Te meer omdat fotografen, waaronder uiteraard ook Marcel Vansteelant, bekend stonden voor hun bijwerkingen of zeg maar de “retouches”. Sproetjes en rimpels op de aangezichten werden oordeelkundig weggewerkt met behulp van een “retoucheapparaat” bestaande uit een spiegel en een vergrootglas; kalende mannenhoofden werden bijgehaard; een das voor de mannen werd toegevoegd ...



In die vooroorlogse periode was portretfotografie geliefd bij de bevolking. Naast de klassieke plechtige-communiefoto’s en trouwfoto’s kwamen veel jonge meisjes poseren ter gelegenheid van de aankoop van een nieuw kleedje.

De afdruktechniek van de negatieven gebeurde in die tijd met de “contactafdrukmethode”. De werkwijze bestond erin de fotogevoelige kant van het afdrukpapier tegen het glazen negatief aan te drukken en samen te brengen in een cassette. Van op ongeveer 40 cm afstand werd in de donkere kamer het fotopapier belicht met behulp van een elektrische lamp.

Marcel Vansteelant huwde in 1928 te Zedelgem met Magdalena Vanthournout. Bij hun huwelijk ging de jonge bekwame fotograaf zich vestigen in de huidige Berkenhagestraat, naast de bouwmaterialen Deketelaere. De woning diende uiteraard aangepast te worden, zodat Marcel wolwaardig zijn beroep kon uitoefenen. Vooreerst de inrichting van een studio op de zolderverdieping, eveneens een daglichtstudio. Daartoe waren lichtdoorlatende pannen vereist, die naar het noorden moesten gericht worden; maar daarnaast werden gordijnen geplaatst om overdreven lichtinval te kunnen beperken en speciale fotografische effecten te creëren. De donkere kamer van Marcel was op de eerste verdieping geïnstalleerd, zodat voortdurend op en neer lopen van de studio naar de donkere kamer langs de trap een gewongen noodzaak was. Je moet echter bedenken dat toen nog uitsluitend gewerkt werd met glazen platen als negatieven in plaats van de huidige films. Die glazen platen waren in diverse afmetingen verkrijgbaar (vooral 6 x 9, 9 x 14, 18 x 24) en kon slechts foto per foto genomen worden!

In het begin van de dertiger jaren brak op de plechtige communie zo’n hevig onweer los, zodat de lange rij wachtende kinderen naar huis moesten gestuurd worden, omdat de ingetreden duisternis het fotograferen onmogelijk maakte ...

In 1936 verhuisde het gezin Marcel Vansteelant-Vanthournout, rechtover de kerk, later bewoond door zijn dochter Walburga, intussen gezegend met twee kinderen, naar zijn definitieve woonplaats: de huidige Groenestraat 65. Marcel Vansteelant investeerde daar in een nieuwe studio, die in het vakjargon een “cabine” werd genoemd. Het principe van dergelijke “cabine” bestond erin dat drie aaneengeschakelde potjes voorzien werden met fijn magnesiumpoeder spectaculair met een grote helderheid tot gevolg, gepaard gaande met het typisch sissend geluid van brandende magnesium. Het gebruik van die studio was van korte duur: nauwelijks vier jaar. Vooral kleinere kinderen schrokken bij dit soort studiowerk en opnames overdoen was meestal onbegonnen werk door de angst van de kinderen ...
Gedurende de laatste decennia biedt de bruidgom aan de bruid een bruidsboeket aan. Het is niet altijd zo geweest ... Marcel depanneerde toen de bruidegom met zijn eigen studioboeket, dat gemaakt was uit was en rijkelijk versierd, tot groot genoegen van het bruispaar!

Intussen belanden we bij het uitbreken van WO II. In 1941 werd zijn zoon Marc geboren. Marcel Vansteelant had in die periode heel wat – zij het tijdelijke – nieuwe klanten over de vloer. Ze kwamen uit militaire kringen. Gedurende de oorlog hadden de Duitse soldaten een flink aandeel in het klantenbestand van fotograaf Marcel Vansteelant. Niet alleen Duitsers, maar tal van mensen van diverse nationaliteiten kwamen er voor portretfotografie en dit vooral gedurende de mobilisatie.

Precies in die periode heeft Marcel zijn “cabine” afgevoerd en vervangen door reflectoren. De verlichting van de studio steunde op het principe van teruggekaatst licht afkomstig van een gloeilamp. De installatie van Marcel bevatte vier dergelijke reflectoren: drie vaste, geplaatst aan het studioplafond en een vierde op de grond, verplaatsbaar. Elke reflector bevatte een gloeilamp met een vermogen van 500 watt. In feite zijn deze reflectoren de voorlopers van de huidige “paraplu’s” in de fotostudio’s in combinatie gebruikt met spots.

Reeds in WO II kende de fotografie de opkomst van films in plaats van de glazen plaat. Langzamerhand werd overgeschakeld naar filmmateriaal, zodat de glazen plaat uit de markt verdween.

Merkwaardig bij het vroegere studiowerk ten opzichte van onze hedendaagse tijd is eveneens de “achtergrond”. Vroeger waren deze achtergronden veel meer artistiek en levendiger. De achtergrond, gefabriceerd uit lijnwaad, waren beschilderd met vooral allerlei landschappen. Voor de fotograaf was dit een uiterst belangrijk element, dat integraal deel uitmaakte van de opname van de foto.

Tegenwoordig zijn alle chemische reagentia voor het ontwikkelen en het afdrukken van de film “kantklare oplossingen”. Marcel Vansteelant en ook zijn dochter Jacqueline hebben andere tijden gekend. De firma Gevaert, toen ook al toonaangevend, had een receptenboekje (zonder vermelding van het jaar van de uitgave) uitgegeven – ééntalig in het frans – voor de fotografen. Alle mogelijke recepten staan erin beschreven, met die verstande dat alle reagentia moesten aangemaakt worden door de fotograaf zelf.

De derde generatie fotografie Vansteelant bood zich aan via Jacqueline Vansteelant, de tweede dochter van Marcel. Zij heeft de overgangsperiode gekend naar de hoger technologische inbreng op het vlak van fotoapparaten, hulpmaterialen, zeer gevoelige films en gevoelig afdrukpapier e.d.m.

 

Jacqueline Vansteelant

FelixMarcelJacquelineKurt |

Ruim dertig jaar heeft Jacqueline Vansteelant de fotografie, - aangeleerd bij vader Marcel en aangevuld met gelegenheidscursussen, - met hart en ziel beoefend, net als haar vader.

Is er in 1991, na drie generaties fotografie Vansteelant te Zedelgem, het eindpunt aangebroken? Rebecca Baes, dochter van Jacqueline Vansteelant, heeft gekozen voor de binnenhuisarchitectuur. Dit was me duidelijk zichtbaar bij de aangename ontvangst bij Jacqueline en Jeannine in hun verbouwde woning, waar het moederne element harmonieus samengaat met de meer klassieke elementen.

Mijn dank aan de positieve en enthousiaste medewerking vanwege de zussen Vansteelant en Rebecca Baes, die het mogelijk maakte dit stukje geschiedenis van de Zedelgemse fotografie te schrijven.

Géry Cappon

 

Kurt Vansteelant

FelixMarcelJacquelineKurt |

Via onrechtstreekse weg wordt de vierde generatie “fotografie Vansteelant” verdergezet. Ik, Kurt Vansteelant zie het levenslicht als tweede zoon van Erick (kleinzoon van Felix) en Bernadette Vansteelant-Clicteur op 9 februari 1964. Wanneer ik nu terugblik op mijn jeugdherinneringen, is mij steeds volgend voorval bijgebleven. Op 10 jarige leeftijd mocht ik een handje toesteken bij de verhuis van onze groottante Irma Vansteelant van haar huis (Groenestraat Dexia) naar het
ouderlijk huis van mijn vader in de St.-Laurentiusstraat. Daar de “Vansteelants” nogal een familie was die moeilijk kon afscheid nemen van bepaalde zaken en de verzamelwoede soms grote proporties aannam, moesten er toch heel wat zaken in de “container” worden gegooid. En op die dag zijn er veel voorwerpen met grote sentimentele en Zedelgemse geschiedkundige waarde vernietigd. Hierbij herinner ik mij glashelder een heel lot ruitjes die buiten mooi op elkaar gestapeld lagen. Bedekt met een dik laag mos, waarschijnlijk afkomstig van een serre, waarop de grote hamer werd gezet. Tot ik dichterbij keek en zag dat dit allemaal glazen negatieven waren. Indiezelfde periode vond ik op zolder een kleine uitklapbare “accordeon” camera, waarmee ik mijn eerste opnames heb gemaakt.

Wat wij mij ook nog steeds is bijgebleven is het vele tekengekrabbel en geschets op alle lege en vrije hoekjes van onze cursussen tijdens de middelbare school. Hierbij probeerde is steeds logo’s van de bekende merken na te tekenen.

Met de verdiende centjes van enkele vakantiejobs schafte ik mij mijn eerste spiegelreflex, een Canon AE-1, aan.
In 1982, zonder medeweten van mijn ouders, schreef ik mij in voor de 4 jaar lopende opleiding van grafische vormgever in de toen nog publi-foto afdeling van St.-Lucas te Gent. Omdat ik geen vooropleiding had gevolgd in het kunstonderwijs, moest ik een toelatingsexamen afleggen. Vol goede moed tesamengeraapt met mijn eigen “kunstwerkjes” (van de lagere en middelbare school) en 1 filmrolletje die ik volgeschoten had, begaf ik mij naar de toelatingsproef. Bij aankomst zonk alle goede moed, bij het aanzien van de andere studenten die grote tekenmappen meezeulden met joekels van tekeningen naar levend model, in de schoenen. Heel beteuterd mijn klein mapje met dito tekeningetjes wegstoppend begon ik aan mijn eerste proef: nl. waarnemingstekenen van kubus met bol. Steeds komt mij het beeld voor de ogen wanneer ik mijn vader zie, één lijn op papier zettend. Die éne lijn zette hij door heen en weer schetsend op papier. Dus 1 lijn zag er uit als 4 à 5 fijne lijntjes heel dicht naast elkaar. Deze manier paste ik dan ook toe op de proef. Mijn “eerste lijn” stond nog niet volledig op papier of kreeg reeds een zware tik op de vingers met de opmerking: “Eerst kijken en dan éééén lijn neerzetten”. De moed zonk nog dieper en bereikte zijn dieptepunt bij het voorleggen van mijn “werkjes” aan een schare van toekomstige lesgevers, die in koor de kwaliteit van mijn tekeningen verticaal naar de prullenmand verwezen. Doch kwam enige glinstering in hun ogen bij het aanschouwen van de resultaten van het volgeschoten filmpje en gaven zij hun onverwacht fiat om de geldverslindende cursus aan te vatten.
Vanuit fotografisch standpunt had deze richting weinig inhoud. De cursus bestond 75% uit grafisch publicitair tekenwerk en qua fotografie werd ons enkel de elementaire bagage meegegeven. Zonder haperingen in het leerproces en het vaderlijk land te hebben gediend, begaf ik mij in 1987 op de arbeidsmarkt, zoekend naar een vacature als grafisch vormgever. Vrijwel onmiddellijk mocht ik starten in een grafisch pre-press bureau. Dit bureau wou starten met fotografie, en vanaf mijn allereerste werkdag mocht ik potlood en papier vervangen door drukken op het knopje.

Er volgden vier jaren van ongelofelijke ervaring op het gebied van publicitair werk. Totdat het punt kwam van: dit wil ik alleen doen. In 1991 zette ik de “onbekende” stap, gesteund door Caroline mijn echtgenote, naar zelfstandige. Daar er die tijd enorme evolutie zat in de fotografische sector, wilden wij een zekerheid hebben en verhuisden wij naar de Groenestraat 45 om er een fotozaak te starten. In mei 1994 openden wij onze deuren.

FelixMarcelJacquelineKurt |

| naar boven |